Schouder aandoeningen: een heelkundige behandeling?

Bekijk de preventieve behandelingen

 

De schouder is het meest beweeglijke gewricht in het lichaam.
Deze hoge beweeglijkheidsgraad laat toe om de arm te plaatsen en te draaien in alle richtingen:

  • naar voor
  • naar boven
  • naar opzij
  • naar achter

Deze grote beweeglijkheid maakt de schouder extra gevoelig voor kwetsuren en instabiliteit.

Hierbij geven wij U wat uitleg over de werking van de schouder, de meest voorkomende aandoeningen en de mogelijke behandelingswijzen om uw schouder terug op punt te krijgen.

Afhankelijk van het schouderprobleem kunnen conservatieve, niet operatieve, of operatieve oplossingen worden voorgesteld.
In de meeste gevallen geniet een conservatieve behandeling de voorkeur , soms is het uitstellen van een heelkundige oplossing niet aangewezen omdat het probleem dan veel groter wordt en het uiteindelijk resultaat minder goed.

Een vroegtijdige correcte diagnosestelling en behandeling van schouderproblemen maken op lange termijn een enorm verschil voor wat betreft het uiteindelijke resultaat.

De werking van de normale schouder:

De schouder is een bol-gewricht.
Het wordt gevormd door 3 beenderige uiteinden:

  • de bovenarm of humerus
  • het schouderblad of scapula
  • het sleutelbeen of clavicula

De bol, gevormd door het uiteinde van de bovenarm past in een kleine kom gevormd in het schouderblad (het glenoiëd).Alzo wordt het schouder gewricht (glenohumeraal gewricht) gevormd.
De oppervlakte van het beenderige pannetje (glenoiëd) wordt vergroot door een bindweefsel rand, het labrum.
Het schoudergewricht wordt, zoals ieder ander gewricht, bekleed met kraakbeen op de beenderige uiteinden en omgeven door een dun vlies, de synoviale membraan. Dit alles zorgt voor een gladde en vlotte beweeglijkheid .

Het bovenste deel van het schouderblad ligt boven op de schouder en vormt het acromion.Het verste uiteinde van het sleutelbeen vormt hiermee het acromioclaviculair gewricht, terwijl het dischtste uiteinde van de clavicula op het borstbeen of sternum, het sternoclaviculair gewricht uitmaakt.Deze beide gewrichten laten slechts een beperkte mobiliteit toe.

Het gewrichtskapsel bestaat uit een lag van verschillende dunnere gewrichtsbanden.Dit kapsel laat een grote beweeglijkheid toe maar zorgt tevens voor voldoende stabiliteit.

De Rotatorcuff is een verzameling van spieren en pezen welke de bovenarm verbinden met het schouderblad.Deze cuff bedekt het schoudergewricht en het schouderkapsel.
Deze spiergroep laten U toe om de arm op te heffen, boven uw hoofd te brengen en nemen deel aan bewegingen zoals bij het zwemmen , het werpen en iedere bezigheid van de armen boven schouderhoogte.


Anatomie van een schouder

Een slijmbeurs, de bursa subacromialis, bevindt zich tussen de rotatorcuff enerzijds en het schouderblad en acromion anderzijds.Deze bursa zorgt voor smering en schokabsorptie tussen de diverse structuren in de schouder.

Schouderproblemen en hun behandeling .

Bursitis of tendinitis

Een bursitis of tendinitis kan ontstaan ten gevolge van overbelasting en repetitieve bewegingen zoals zwemmen, schilderen, snoeiwerken of gewichten heffen boven schouderhoogte.
Deze activiteiten veroorzaken een wrijving of inklemmen( impingment ) van de rotator cuff tegen het acromion en het acromio claviculair gewricht.
In den beginne bestaat de behandeling uit het vermijden van de oorzakelijke overbelasting en een aangepaste kinesitherapie voor de schouder.

Impingment en partiële rotator cuff scheuren

Onvolledige dikte scheuren van de rotator cuff kunnen gepaard gaan met een chronische inflammatie en de ontwikkeling van beenderige sporen aan de onderzijde van het acromion of acromioclaviculair gewricht.

De conservatieve, niet operatieve, behandeling bestaat uit een wijzigen van de activiteit, aangepaste kinesitherapie en eventueel enkele infiltraties met cortisone of een ander anit inflammatoir product.

Deze conservatieve behandeling is succesvol in de meeste gevallen.
Indien conservatieve behandeling echter geen gunstig gevolg geeft dient men vaak heelkundig in te grijpen om de cuff te hechten en de eventuele beenderige sporen te verwijderen.


Impingment en partiële cuff scheur

Volledige scheuren van de rotator cuff

Volledige dikte scheuren van de rotator cuff zijn meestal het gevolg van impingment, geëvolueerde gedeeltelijke scheuren, valpartijen of plotse hefbewegingen met zwaardere voorwerpen.

Conservatieve behandeling is soms succesvol.
Meestal is heelkundige behandeling noodzakelijk bij blijvende pijn en duidelijke invaliderende beperking van de actieve beweeglijkheid.

Met behulp van arthroscopische technieken kunnen botsporen weg gefreesd worden, een evaluatie gemaakt worden van de cuff en kleine scheuren gehecht worden.
Meeste volledige scheuren met verlies van actieve beweeglijkheid van de arm dienen behandeld te worden met een open techniek.

Postoperatief is een periode van immobilisatie vereist van ca 4 weken gevolgd door een zeer intensief en langdurige revalidatie programma.



Volledige cuff scheur

Instabiliteit:

Instabiliteit ontstaat wanneer de kop van de bovenarm uit het pannetje (glenoid) wordt gerukt.
Dit kan gebeuren tengevolge van een eenmalig plots ongeval, herhaalde kleinere verkeerde bewegingen (recidiverende luxaties) of door overbelasting van de ligamenten.

De 2 basis vormen van instabiliteit zijn:

  • subluxaties (gedeeltelijke ontwrichting): indien de schouder gedeeltelijk uit de kom gaat kan deze verder uit de kom gaan en volledig ontwrichten. Dit kan veroorzaakt worden door zelfs geringe krachten.
  • luxaties (volledige ontwrichting): hier gaat de kop volledig uit de pan.


Luxatie van de schouder

Patiënten met recidiverende schouderluxaties moeten meestal geopereerd worden, vooral indioen deze ontwrichtingen geregeld voorkomen (3-4 maal per jaar).
Afhankelijk van het geval kan deze ingreep arthroscopisch gebeuren of dient de schouder geopend te worden.

Andermaal dient een periode van 4 weken immobilisatie in acht genomen gevolgd door een intensieve en langdurige revalidatie.

Fracturen

Clavicula (sleutelbeen) breuken en acromioclaviculaire ontwrichtingen

Deze letsels komen frequent voor en zijn veroorzaakt door een val op de zijkant van de schouder tijden het spel, voetbal, paardrijden, motorrijden etc.
Meeste van deze letsels kunnen conservatie behandeld worden met behulp van cijfer-8 verbanden of aangepaste draagdoeken.

Wanneer geen voldoende reductie kan bekomen worden of indien de breuk geen neiging heeft tot aaneengroeien is een heelkundige ingreep noodzakelijk.



Sleutelbeen breuk

Fracturen van de schouderkop

Deze letsels ontstaan na een val op een uitgestrekte arm, vooral bij oudere mensen met osteoporose.

Meeste van deze letsels kunnen conservatie behandeld worden met behulp van cijfer-8 verbanden of aangepaste draagdoeken.

Wanneer geen voldoende reductie kan bekomen worden of indien de breuk geen neiging heeft tot aaneengroeien is een heelkundige ingreep noodzakelijk.
Soms is een schouderprothese noodzakelijk bij uitgebreide fracturen met destructie van het gewrichtsoppervlak van de schouderkop.



Schouderbreuk

Osteoarthrose en rheumatoide arthritis

Deze aandoeningen veroorzaken een destructie van het schoudergewricht en de omgevende weefsels, evenals een aantasting met inscheuren van het schouder kapsel en de rotator cuff.

Osteoarthrosis veroorzaakt een kraakbeen verdunning en destructie ten gevolge van slijtage.

Rheumatoide arthritis is een chronische inflammatoire aandoening van ondermeer de synoviale membraan die dan chemische stoffen afgeeft welke de binnenbekleding van een gewricht, inclusief het kraakbeen, vernietigen.



Arthrose / arthritis

Schouderprothesen

Een schouderprothese kan een oplossing bieden aan patiënten met pijnlijke schouders waarvan de actieve en passieve mobiliteit sterk verminderd is ten gevolge van een duidelijke articulaire destructie en liefst met nog een degelijk cuff systeem.


Totale schouderprothese

Men maakt een onderscheid tussen een:

- totale schouderprothese: hierbij wordt zowel de schouderkop als het pannetje (glenoied) vervangen
- hemiarthroplastie: hier wordt enkel de schouderkop vervangen.

De juiste keuze en verder modaliteiten dien je te bespreken met uw orthopedische chirurg.

Diagnose stelling

Een orthopedische evaluatie van uw schouderprobleem bestaat uit 3 opeenvolgende benaderingen:

- de anamnese:

een ondervraging van de patiënt naar de huidige klachten

  • de duurtijd van de klachten
  • de intensiteit en aard van de pijnklachten
  • de activiteitsbeperkingen
  • opgelopen letsels en ongevallen
  • reeds ondergane behandelingen, medicaties en eventuele heelkundige ingrepen

- het klinisch onderzoek, of het opzoeken van

  • zwellingen en opzettingen
  • pijnpunten
  • de bewegingsbeperkingen, zowel actief als passief
  • spierkracht of zwakte
  • instabiliteit
  • vervormingen, misvormingen en standafwijkingen

- bijkomende technische onderzoeken

  • RX foto’s
  • Arthrografie: RX foto’s met contraststoffen geven mooie beelden van cuff scheuren
  • Echografie: ter evaluatie van de weke weefsels, kapsels en pezen
  • CT scan: ter evaluatie van de bot elementen
  • NMR of MRI scan (magnetische resonantie beeldvorming) geeft mooie beelden van de weke weefsels


Uw orthopedist zal de resultaten van zijn bevindingen met de patiënt bespreken en de beste, aangepaste behandeling uitstippelen.

Soms is een heelkundige ingreep de beste behandeling.
De mogelijke risico ‘s en bijwerkingen worden dan voorgelegd.
De nood aan een eventuele bloeddonatie of beheersing wordt eveneens besproken.

Sommige ingrepen vereisen een verblijf in het ziekenhuis van enkele dagen, anderen technieken staan een ontslag toe dezelfde dag.

De nabehandeling wordt eveneens besproken. Soms is een intensieve verzorging of hulp in het huishouden noodzakelijk voor een paar weken.

De Operatie

Voorbereidselen voorafgaand aan de ingreep:

- patiënt moet nuchter zijn: geen eten of drinken van 12 uur ’s nachts

- vraag na wat U te doen staat met de medicatie welke je normaal ’s morgens moet innemen

- ca 30 a 60 minuten voor de ingreep wordt je naar het operatiekwartier gebracht, alwaar je kennis maakt met de anesthesist welke het type anesthesie met de patiënt bespreekt, er bestaat de mogelijkheid voor een

  • algemene narcose: je slaapt volledig gedurende de heelkundige ingreep
  • een loco regionale anesthesie: enkel de operatiestreek wordt ongevoelig gemaakt en je blijft wakker tijdens de ingreep

- je wordt in het operatiekwartier gebracht alwaar de anesthesist de gepast anesthesie toedient

Soorten Operaties:

Er bestaan 2 grote types operaties:

- De arthroscopische ingreep

Dit type ingreep laat de orthopedische chirurg toe om een potlood-groot instrument (arthroscoop), met een lichtbron en lenzensysteem , via kleine insneden van ca 1 cm in een gewricht in te brengen.
Op deze arthroscoop is een miniatuur camera gemonteerd welke verbonden is met een monitor.
Via bijkomende kleine insneden kunnen speciale chirurgische instrumenten ingebracht worden om eventuele herstellingen uit te voeren van vastgestelde letsels .
Arthroscopische heelkunde kan vaak gebeuren via een one day hospitalisatie.

 

- De Open heelkunde

Open heelkunde wordt uitgevoerd, na juiste diagnosestelling , in die gevallen waar een arthroscopische ingreep geen goed resultaat zal geven.
De insneden worden hier ook beperkt gehouden en zijn meestal slechts enkel centimeter lang.

 

Het herstel en de revalidatie na een heelkundige ingreep is niet afhankelijk van nhet type chirurgie (open of arthroscopisch) maar van de vastgestelde letsels en de aanpak hiervan.

Postoperatief verloop

Na een ingreep, open of arthroscopisch, bestaat er altijd een kans op verwikkelingen met name:

  • een mogelijke besmetting
  • beschadiging van de omliggende bloedvaten
  • beschadiging van de omliggende zenuwen

met de modernste technieken en opvolging worden deze verwikkelingen beperkt tot een miniemum.

Na een heelkundige ingreep zijn wat pijn, stramheid en drukgevoeligheid normaal
Wees bedacht op mogelijke verwikkelingen bij het optreden van volgende symptomen:

  • koorts na de 2 de dag na de ingreep
  • toenemende pijn en zwelling
  • roodheid, warmte en overgevoeligheid welke kunnen wijzen op een wondbesmetting
  • ongewoon veel bloed- of vochtverlies ; wat wondvochtverlies is normaal en zelfs gunstig
  • voosheid of tintelingen in de arm of hand

Bij het optreden van hoger vermelde symptomen dien je steeds uw behandelende orthopedist te contacteren

Lichaamsdeel: